Rijvaardigheid

Het is duidelijk dat bij een gevorderde dementie de patiënt niet meer veilig kan autorijden. Niet meer veilig voor hemzelf en inzittenden maar ook voor andere weggebruikers.

Door desoriëntatie en door achteruitgang van het beoordelingsvermogen, kan de patiënt de verkeerssituaties niet meer goed beoordelen.

Wanneer dat moment is aangebroken, is moeilijk te beoordelen. Ook als verre, vermoeiende reizen niet meer kunnen, kan de patiënt soms nog wel goed een vast ritje in de buurt doen en overzien. Totdat de gemeente bijvoorbeeld weer een nieuwe rotonde aanlegt.

Meestal ziet de omgeving zelf wel wanneer het niet meer gaat, door eigen waarneming of door verhalen van anderen die de patiënt zijn tegengekomen met de auto.

Dat is het vaak lastig de patiënt ervan te overtuigen dat hij de auto aan de kant moet zetten. Een valkuil daarbij kan zijn dat de partner van de patiënt ook nog belang heeft bij het feit dat de patiënt nog rijdt. Als deze zelf geen rijbewijs heeft, betekent het wegdoen van de auto voor beide een verlies aan mobiliteit. De partner kan in zo'n geval gemakkelijk in de verleiding komen, de problemen te vergoelijken.