Persoonlijkheidsverandering

Ieder mens heeft een eigen karakter. De één is open, de ander meer gesloten. De één is rustig, de ander driftig, enz. In de loop van de ontwikkeling heeft ieder mens wel geleerd dat het niet altijd handig is om dat karakter volop te laten zien. Als je driftig bent, kan dat problemen geven als je de boosheid de vrije teugel geeft. Als je heel rustig bent, ben je soms te laat met reageren.
De meeste mensen hebben dus in hun leven wel geleerd om de sterkste kanten van hun karakter wat te beheersen. Ze volgen niet elke impuls. Ze hebben dat geleerd omdat ze merken dat daardoor de omgang met anderen soepeler gaat. Je zou kunnen zeggen dat men in de loop van de opvoeding een aantal lagen vernis over de scherpste kanten van het karakter heeft aangebracht.

Bij dementie kan het voorkomen dat die lagen vernis er weer langzaam maar zeker af gaan. Iemand gaat dan weer reageren zoals vroeger. Hij kan heel kortaf zijn, heel snel boos of achterdochtig. Of juist vrolijker zijn dan vroeger. En alles waar de omgeving commentaar op heeft, wegwuiven.
Dat wegslijten van het vernis kan ernstige vormen aannemen zodat iemand met iedereen ruzie maakt.

Wat we soms zien gebeuren, is dat de persoonlijkheid zo sterk verandert dat er geen sprake meer is van sterker worden van oorspronkelijke karaktertrekken. Het karakter verandert juist radicaal. Dat kan dan komen door kleine beschadigingen in de hersenen.

Omgaan met persoonlijkheidsverandering

Als mantelzorger is het moeilijk om met de gedragsveranderingen die hierdoor ontstaan om te gaan. De patiënt wordt jovialer of juist bozer dan je van hem gewend was. Je moet je daar op instellen. De patiënt heeft meestal zelf geen inzicht hierin. Het helpt meestal niet om de patiënt te wijzen op zijn gedrag. Soms kun je hem wel corrigeren op het moment dat hij iets te heftig is, maar het kan ook zijn dat hij dan juist bozer wordt of dat hij ook dat wegwuift.

U kunt de omgeving inlichten over het feit dat de patiënt soms anders reageert dan men van hem gewend was.