Parkinson

Verschijnselen

De ziekte van Parkinson wordt gekenmerkt door stoornissen in het bewegen. Traagheid, beven en spierstijfheid zijn daarbij kenmerkende verschijnselen. Het beven van vingers en handen (vooral in rust) is wellicht het meest bekend. Het opstaan uit een stoel kost meer moeite. De gezichtsuitdrukking wordt star en vlak en de lichaamshouding is vaak stijf. Het praten gaat vaak met een monotone stem en bij het lopen worden de pasjes kleiner en schuifelend en gaat het bovenlichaam voorover hellen.

Naast de veranderingen in het bewegen, komen ook depressieve gevoelens voor en kunnen er veranderingen in het denken optreden. Milde stoornissen van het geheugen en het denken komen bij de meerderheid van de patienten voor, vaak al in een vroege fase. Van deze stoornissen hebben patienten in het dagelijks leven in de regel weinig  last.

Dementie bij ziekte van Parkinson

Wanneer de veranderingen in het denken zo ernstig zijn dat ze het dagelijks functioneren belemmeren, spreekt men van een dementie. Uit onderzoek komt naar voren dat ongeveer 35% tot 55% van de mensen met Parkinson daarnaast een dementie ontwikkelt. Dementie bij ziekte van Parkinson komt meestal voor in een latere fase van de ziekte van Parkinson en begint vaak sluipend. Wanneer de dementieverschijnselen al vroeg optreden (binnen een jaar na het ontstaan van Parkinson), dan spreekt men van Lewy Body dementie.  Deze vorm van dementie wordt ook op deze website beschreven. Bij ongeveer 20% van de Parkinsonpatienten bestaat de dementie uit traagheid van het denken en spreken. Er zijn geheugenproblemen, die vooral zichtbaar worden in het ophalen van informatie uit het geheugen. Het zelfstandig, zonder "hint", ophalen van informatie uit het geheugen gaat vaak moeilijk, maar de herkenning is nog goed. Geef je de patient een aanwijzing, dan komt hij er vaak wel op. Het vermogen om abstract te denken neemt vaak af en ook neemt de patient vaak minder spontaan het initiatief.

Bij een kleinere groep van de Parkinsonpatienten staat een vorm van dementie op de voorgrond die meer lijkt op de ziekte van Alzheimer. Er zijn dan geheugenproblemen, waarbij de informatie niet goed ingeprent wordt en de informatie (met een hint) niet meer herkend wordt. Het leervermogen is aangetast. Vaak zijn er ook problemen met het uiten en begrijpen van taal. Dagelijkse handelingen als brood smeren en schoenveters strikken gaan moeilijker.

Oorzaak

De ziekte van Parkinson wordt veroorzaakt door celverlies in dieper gelegen delen van de hersenen. Daardoor wordt een bepaalde stof,  dopamine genaamd, niet voldoende aangemaakt. Dopamine zorgt ervoor dat de spieren in het lichaam "klaar" gemaakt worden voor actie. Als dat niet meer lukt, worden de spieren stijf en beantwoorden ze heel langzaam, of helemaal niet, aan de instructies die de hersenen ze geven.

Diagnostiek

Om dementie bij de ziekte van Parkinson vast te stellen, kan een neuropsychologisch onderzoek worden verricht. Hiermee kan het cognitief functioneren en eventuele achteruitgang in kaart worden gebracht.

Beloop

De ziekte van Parkinson is een ziekte die langzaam vordert en niet is te stoppen. Zodra de geheugenstoornissen bij een patient met de ziekte van Parkinson meer op de voorgrond gaan staan, nemen ook de stoornissen van het lopen toe. Patienten worden daardoor afhankelijker van anderen. De zorglast voor de mantelzorger neemt, door de lichamelijke en geestelijke achteruitgang, sterk toe.

Behandelmogelijkheden

Dementie (ook bij de ziekte van Parkinson) is een langzaam voortschrijdende aandoening die niet terug te draaien is. Er zijn nog geen medicijnen bekend die de geestelijke achteruitgang kunnen stoppen. In hoeverre de behandeling met een medicijn als rivastigmine het beloop gunstig kunnen beinvloeden, moet nog nader onderzocht worden.