Oriëntatieproblemen

Bij dementie treden altijd oriëntatieproblemen op. De patiënt verliest op een aantal terreinen houvast waardoor hij niet meer goed relaties kan leggen. Hij raakt gedesoriënteerd. We onderscheiden drie vormen van desoriëntatie.

Desoriëntatie in tijd

Over het algemeen weet iedereen welke tijd van de dag of het jaar het is. Wanneer dit gevoel niet of minder aanwezig is, spreken we van desoriëntatie in tijd. Bij een dementiepatiënt kan het voorkomen dat hij niet meer weet hoe laat het is of welke dag het is. Als je niet weet of het dag of nacht is, dan is het ook niet vreemd ’s nachts op te staan en je aan te kleden, hetgeen kan gebeuren bij dementerende mensen.
Desoriëntatie in tijd is ook te merken doordat mensen niet meer weten hoe lang gelden iets gebeurd is. Of in welke volgorde gebeurtenissen zich voordeden.

Desoriëntatie in plaats

We spreken van desoriëntatie in plaats wanneer iemand niet meer herkent waar hij woont. Of als hij niet weet waar het toilet in huis te vinden is. Of de weg kwijt raakt in de buurt waar hij woont. De patiënt herkent de plaats niet of weet niet hoe hij van de ene plek naar de andere kan komen. De onderlinge relatie tussen plaatsen raakt weg.

Desoriëntatie in persoon

Desoriëntatie in persoon wil zeggen dat mensen in je omgeving niet meer herkent. Ook komt het voor dat men de ander nog wel herkent maar ze niet kunnen plaatsen. Een neef wordt een zoon. Soms spreken ze hun eigen vrouw als moeder aan, of een zoon als man.

Dat laatste is ook wel te begrijpen. De zoon lijkt misschien wel op zijn vader, de echtgenoot van de patiënte en zij denkt zelf, door geheugenstoornis jonger te zijn dan ze is. Ze ziet dus een bekend gezicht bij een persoon van dezelfde leeftijd als zij.

Ontwikkeling van desoriëntatie

Desoriëntatie ontwikkelt zich langzaam en wordt steeds erger. In het begin gaat het om dingen die niet zo belangrijk zijn voor het dagelijks leven. Men vergist zich een uurtje in de tijd. Men herkent een plein in een naburige stad, waar men niet zo vaak hoeft te zijn, niet. Men herkent personen die wat verderaf staan, verre kennissen of bekende Nederlanders niet meer.

Dat zit het dagelijks leven nog niet in de weg. Maar geleidelijk aan komt het dichterbij. Men raakt in de war met morgen of middag. Men herkent de eigen woonbuurt niet meer en raakt de weg naar de winkels kwijt. En ook vergeet men mensen die men vaker ziet, buren, hulpverleners enz.

Als de desoriëntatie nog erger wordt, komt ook de dagelijkse gang van zaken in het gedrang. Men weet niet meer of het dag of nacht is, herkent directe familie niet en weet de weg in huis niet meer.