Niet pluis

Eerste signalen

Dementie begint sluipend. De eerste keren dat iemand iets niet meer weet, vallen niet op. Iedereen vergeet wel eens wat.

Op een zeker moment ontstaat bij de patient of bij de omgeving toch het idee dat er meer aan de hand is. Betrokkene vergeet steeds vaker vaak wat. Het begint "in de weg te zitten". Hij of zij vergeet dingen die toch belangrijk zijn om te onthouden.

Na zulke signalen ontstaat het niet-pluisgevoel: er is wat aan de hand, maar we weten niet wat. De patient of de omgeving wordt alert op dit soort signalen en de vraag wordt steeds dringender "Is dit nog wel normaal?"

En als die vraag gesteld wordt, weet ook iedereen dat het soms lastig is om die te beantwoorden. Zowel patient als familie heeft soms de neiging om het nog te ontkennen.

Dat is heel begrijpelijk. Als het antwoord is dat betrokkene een beginnende dementie heeft, is dat een moeilijke boodschap voor iedereen die er bij betrokken is. Dat slechte nieuws wil je misschien nog liever even uit stellen.

Toch zijn er enkele redenen om wel naar zekerheid te zoeken.

In sommige gevallen is het mogelijk om met medicijnen de vergeetachtigheid te vertragen.

Maar ook als dat niet kan, kan het nodig zijn om op tijd te weten wat er aan de hand is. De patient kan op dat moment nog goed meepraten over hoe hij denkt over de ziekte en hoe hij vindt dat de hulp geregeld moet zijn. Hij kan dan nog aangeven hoe hij zijn zakelijke belangen geregeld wil hebben, en bijv. een testament laten maken.

Eventueel kan hij op dat moment ook bespreekbaar maken wat hij wil dat er gebeurt als hij bepaalde ernstige verschijnselen van dementie krijgt. Bijv. wil hij dan nog gereanimeerd worden, als er met het hart iets mis gaat?

Ook kan bij een vroege diagnose de omgeving zich beter voorbereiden, zich informeren over het te verwachten verloop van de ziekte en over hulpmogelijkheden.