Depressie

Verschijnselen

Veel mensen met dementie krijgen te maken met stemmingsproblemen. Iemand die depressief is, voelt zich somber, verdrietig en vaak waardeloos. Hij heeft minder zin in alledaagse activiteiten en kan minder genieten van activiteiten die hij voorheen wel leuk vond. Andere kenmerken kunnen zijn: zich terugtrekken, sneller geirriteerd zijn, erg vermoeid zijn, veranderingen in eetlust of in het slaappatroon en een dag schommeling (naarmate de dag vordert, zich beter of juist slechter voelen). Ook komt af en toe een doodswens voor.

Oorzaak

Depressie bij dementie wordt voor een deel direct veroorzaakt door veranderingen in de hersenen (die bij de dementie optreden).

Voor een ander deel wordt depressie veroorzaakt door hoe de patient met de veranderingen omgaat. Door de achteruitgang van zijn geheugen en cognitieve vermogens kan iemand met dementie steeds minder. Telkens wanneer hij iets onderneemt, merkt hij dat het niet meer zo gaat als vroeger. De kans bestaat dat hij hierdoor steeds minder onderneemt, steeds meer piekert, somberder wordt en in een depressie afglijdt.

Diagnostiek

Het is van belang om depressie bij dementie tijdig te herkennen. Enerzijds omdat de patient zelf erg lijdt onder een depressie. Anderzijds omdat de mantelzorger de depressie als een extra last ervaart, naast de toch al aanwezige dementie, en daardoor overbelast kan raken.

Beloop

Een depressie bij een dementerende persoon gaat meestal niet vanzelf over, zodat het belangrijk is deze tijdig te herkennen en adequaat te behandelen. Depressie kan in alle fasen van de dementie voorkomen, hoewel het in de eindfase van de dementie vaak lastiger vast te stellen is door de sterke achteruitgang van de cognitieve vermogens.

Behandelmogelijkheden

Depressie bij mensen met dementie is vaak goed te behandelen met medicijnen (antidepressiva). Er zijn verschillende middelen ter beschikking. Een arts kan u daarbij advies geven en eventueel medicatie voorschrijven.

Door een juiste begeleiding kunnen de depressieve klachten van de patient met dementie verminderen. Belangrijke vragen hierbij zijn; wat zijn activiteiten die de patient vroeger graag deed? Als hij deze niet meer kan, kan er dan op een andere manier iets mee gedaan worden? Is er genoeg (dag)structuur, ritme en afwisseling in rust en activiteiten? Wat zijn de piekermomenten?

Een deskundige hulpverlener uit de GGZ kan begeleiding bieden bij bovenstaande vragen, met als doel de depressie  bij de patient te verminderen en de mantelzorger handvatten te bieden en zodoende te ontlasten.