Dementiesyndroom

Het dementiesyndroom is een paraplu waaronder verschillende ziekten vallen. Bij dementie worden de hersencellen van de patiënt langzaam maar zeker aangetast.

Door de geleidelijke uitval van hersencellen op vele plaatsen in de hersenen, ontstaan de verschijnselen die typisch zijn voor dementie. De vergeetachtigheid, de desoriëntatie (niet meer weten waar je bent) en de oordeel stoornissen.

Deze symptomen vormen samen het dementiesyndroom. Er zijn verschillende ziekten die tot deze symptomen kunnen leiden. Bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer, maar ook problemen met de bloedvaten in de hersen kunnen bij een vasculaire dementie dezelfde symptomen geven.

Er is bij een patiënt sprake van een dementiesyndroom als hij last heeft van

  • Vergeetachtigheid, met inprentingsstoornissen en stoornissen van kort en lang geheugen;
  • Desoriëntatie in tijd;
  • Desoriëntatie in plaats;
  • Desoriëntatie in persoon;
  • Woordvindstoornissen;
  • Handelingsstoornissen;
  • Herkenningsstoornissen;
  • Oordeel- en kritiekstoornissen

Al deze verschijnselen treden op bij de verschillende ziektes die dementie veroorzaken. Maar de manier waarop ze optreden en ook de volgorde waarin ze naar voren komen, verschilt per ziekte.