Delier (delirium)

Bij een delier vertoont een patiënt vrij plotseling verwardheid en klachten die op een dementie kunnen lijken. Een delier ontwikkelt zich in de loop van uren tot een dag.Als verwardheid, vergeetachtigheid en wisselende stoornissen in het bewustzijn, die ook bij dementie passen, zich zo snel ontwikkelen is er sprake van een delier en is ingrijpen vereist. Dementie verloopt nooit plotseling zo snel dat de patiënt van de en op de andere dag veel verder achteruit gaat en zomaar verward en onrustig is. Acute dementie bestaat niet! Er is dan wat anders aan de hand.

Een delier is een teken dat de verzorging van hersenen met bloed en zuurstof niet meer goed verloopt. Of dat er sprake is van verkeerde stoffen in het bloed.

Een delier kan optreden bij een, ook geestelijk, goed gezonde oudere maar mensen met een dementie zijn er gevoeliger voor.

De symptomen van het delier zijn

  • Onrust en gejaagdheid.
  • Geheugenstoornissen
  • Concentratiestoornissen, snelle afleidbaarheid en wisselende aandacht tot sufheid aan toe
  • Hallucinaties, de patiënt ziet soms beestjes en probeert die te pakken. Plukkeringheid
  • Wanen en angst, de patiënt heeft soms vreemde ideeën. Vergelijkbaar met koorts-ijlen op jongere leeftijd.

Achteraf, als hij weer is opgeknapt, weet de patiënt zich deze periode van verwardheid niets meer te herinneren.

De oorzaken van een delier liggen in een verstoring van de voeding of vergiftiging van de hersen door stoffen in het bloed of doordat de afvalstoffen niet goed worden afgevoerd. De hersenen van ouderen zijn hier door de hogere leeftijd gevoeliger voor.  

Zulke oorzaken zijn:

  • Het bestaan van een ontsteking met koorts, een blaasontsteking bijvoorbeeld of een bronchitis.
  • Een (stil) infarct. Stil betekent hier dat er geen van de gebruikelijke symptomen van een hartinfarct op de voorgrond staan. Dit kan op hoge leeftijd voorkomen.
  • Nieuwe medicatie, verandering van medicatie of omdat er per ongelijk te veel of te weinig geslikt is.
  • Alcoholgebruik, of juist plotseling onthouding van alcohol
  • Een CVA of een TIA
  • Plotselinge veranderingen zoals door een val met een heupfractuur, pijn, ziekenhuisopname met een operatie en het inbrengen van een kunstheup.

Als er sprake is van een delier moet altijd worden gezocht naar de oorzaak ervan. Als deze kan worden behandeld, is dat ook de beste behandeling van het delier zelf.

Er kan niet altijd een oorzaak worden gevonden. Sommige oorzaken geven weinig symptomen op oudere leeftijd en ook onderzoek van bloed of urine levert niet altijd een duidelijk oorzaak op. De patiënt moet dan worden behandeld met (dempende) medicijnen die de rust herstellen.

Vaak zien we dat nadat de patiënt hersteld is van delier de geestelijke vermogens toch wel wat achteruit gegaan zijn, dat er toch wel enige restschade is. De hersenen van dementerenden zijn extra kwetsbaar voor verstoringen in de voeding en milde vergiftiging. Daardoor zien we toch vaak dat de patiënt achteruit is gegaan door het delier.