Angst/paniek

Bij dementerende patienten kan, zeker in het begin van de ziekte, angst en paniek optreden. Men beseft in het begin soms maar al te goed wat er aan de hand is en de onzekerheid die dat met zich meebrengt leid tot angst en paniek.
Maar ook als de ziekte verder gevorderd is, kan er angst optreden. De patient merkt dat hij niet alles wat er gebeurt, begrijpt. Er gebeuren voor hem verrassende dingen, die hij niet snapt.. En waarvan hij niet begrijpt waarom hij ze niet begrijpt, omdat hij niet weet dat hij vergeetachtig is. Hij moet bijvoorbeeld ineens mee met een busje en hij weet niet meer dat hem al een paar keer uitgelegd is waar hij heen gaat. Voor hem is alles nieuw en de onzekerheid maakt angstig en paniekerig.

Omgaan met angst en paniek

Proberen zoveel mogelijk op het moment dat iets gebeurt, uit te leggen waarom het gebeurt. In het voorbeeld van het busje hierboven heeft het misschien niet veel zin om de dag er voor al te beginnen met uitleg. Je weet dat betrokkene het toch weer vergeet. Maar als het busje er staat, rustig vertellen dat dat voor hem is. En uitleggen waar het busje heen gaat en dat hij mee kan gaan voor een bezoek aan de dagbehandeling bijvoorbeeld. Dat geeft meer vertrouwen dan de boodschap dat hij gewoon mee moet gaan.

Ook is het belangrijk zelf vertrouwen, rust en veiligheid uit te stralen. Mensen met dementie vergeten allerlei feitelijke informatie, maar zijn soms wel gevoelig voor de stemming en de sfeer om hen heen. Als de mantelzorger ook gespannen is, reageert de dementerende daar soms op door zelf ook meer gespannen of angstig te worden.
Als iets de gewoonste zaak van de wereld is, voelt de dementerende zich ook minder onzeker of bedreigd.
Als de patient met dementie zichtbaar lijdt onder de spanning en angst is het mogelijk die met medicijnen wat te verlichten. Vaak zal het even duren voordat het goede medicijn en de bij de patient passende dosering gevonden is.