Achterdocht

Mensen met dementie zijn soms achterdochtig. Ze beschuldigen bijvoorbeeld anderen dat zij dingen verstoppen of stelen. Of dat ze dingen voor de dementerende verzwijgen. Op die manier kan de dementerende geprikkeld raken. De omgeving voelt zich gekwetst omdat zij onterecht beschuldigd wordt.

De achterdocht van de dementerende is wel te begrijpen. Hij vergeet allerlei dingen die net gebeurd zijn. Hij vergeet bijvoorbeeld waar hij zijn sleutels heeft neergelegd. Maar hij weet ook niet dat hij vergeetachtig is. Als de sleutels op een andere plek liggen dan verwacht, denkt hij dat een ander het gedaan moet hebben. En beschuldigt hij de andere aanwezigen. Of gaat hij denken dat er iets niet klopt en wordt geprikkeld en achterdochtig.
Hij gaat zijn sleutelbos, of geld, beter opbergen. En vergeet ook dat weer. Hij vindt dan de sleutelbos op een heel vreemde plek terug, bijvoorbeeld in de koelkast. Dan weet hij helemaal zeker dat iemand de boel in de war stuurt.
Zo kan het ook gaan met afspraken, met geldzaken en dergelijke.

Omgaan met achterdocht

Uitleg helpt soms maar even. Het is het beste er niet te veel op in te gaan, maar het positieve te benadrukken. "Je hebt de sleutels nu gelukkig toch weer gevonden."

Niet altijd is het zo op te lossen. De ene persoon is daar eerder mee tevreden dan de ander. Mensen die van nature al wat gesloten en afhoudend zijn, zijn vaker en ernstiger achterdochtig dan anderen.

Je moet voorzichtig zijn en niet te veel met de dementerende in discussie gaan. Dat wakkert de achterdocht soms alleen maar aan.